60 procent.

In een studie las ik dat de gemiddelde mens in 2024 60 procent van zijn vrije tijd online zit, en dit vooral op sociale media.
In 2008 ben ik begonnen met mijn werk online te plaatsen op sociale media. Als kunstschilder moet ik immers op de een of andere manier mijn werk promoten. Aangezien toch iedereen in zijn vrije tijd op sociale media zit, leek me dit misschien een goede manier. Het posten van mijn etensbord, foto's van het gezin of selfies waren toch al niet aan mij besteed. Hoewel dit misschien arrogant kan overkomen.
Dus op die manier kreeg sociale media voor mij een invulling. Telkens een nieuw werk klaar, hop het werk op sociale media. Hoewel die nieuwe werken meestal relatief veel likes behaalden, waren deze eerder vluchtig. De likes kwamen immers zeer snel, binnen de 12 uren en daarna waren de mensen weer met andere zaken bezig.
Evenmin leidde dit posten tot diepzinnige dialogen over de zin van het leven, ik noem maar iets. Om nog maar te zwijgen dat het een eventuele verkoop van deze werken in gang zou zetten. Wat bij nader inzien logisch was. Immers volgens het principe van de online vrijetijdsbesteding, zou men door het opslaan van een werk in de galerij van de gsm het werk al in bezit hebben.
Onnodig om al die moeite te doen om het nog te gaan halen, laat staan ophangen aan de muur of een financiële bijdrage hiervoor te moeten betalen.
Daarnaast kon somtijds ook nog de misvatting ontstaan dat door het vele posten van nieuw werk op sociale media er toch wel erg veel tijd was voor het beleven van een "hobby". (Het woord hobby heb ik altijd al een vreselijk woord gevonden als het gaat om een artistieke bezigheid.) Tijd die die mensen zelf niet hadden en nooit zouden kunnen maken.
En de schilder, hij schilderde voort...