Eerst de buitenkant, dan pas de binnenkant

Ik maakte voor het eerst kennis met de complexiteit van kleding toen ik als 16-jarige op de kunstschool in Genk zat. Ik fietste dagelijks de 40 kilometer heen en terug naar school. Dus de kledij die ik aanhad, was vooral praktisch. Waterdichte bergschoenen, een jeans, T-shirt en een waterdichte gore-tex regenjas. (Ja, dat bestond al in 1992)
Totdat hierop commentaar werd gegeven door een klasgenote. Ik moest me iets extravaganter gaan kleden, wilde ik me outen als kunstenaar. Ze vond dat mijn praktische en functionele kledingkeuze een gebrek aan creativiteit en toewijding uitstraalde, of simpel gezegd saaiheid.
Prompt kocht ik een paarse broek, lederen laarzen, een wijd wit hemd en een ruw beige lederen jas met bontkraag. Hier kreeg ik direct vele complimenten over, alsook uitnodigingen voor feestjes en dergelijke. Fietsend naar school, voelde ik me echter meer een clown. Waardoor ik een hele tijd de fiets verruilde voor de lijnbus.
Ik merkte daar dat er in een omgeving, waar je zou verwachten dat men zich niets aantrekt van conventies, toch ongeschreven regels waren.
Ik leerde er ook dat mensen geneigd zijn om de buitenkant te gebruiken als een snelle indicatie voor wie de ander is.
Later toen ik al job ging lesgeven en vanwege verschuivingen plotsklaps moest gaan lesgeven aan beroepsklassen, na dit jarenlang op een college gedaan te hebben, werd ik weer met deze ongeschreven conventies geconfronteerd.
Mij werd toen aangeraden een harnas aan te doen, streng te zijn en duidelijke regels te stellen. Als outfit koos ik dus steevast voor een lichtblauw gestreken hemd en een grijze broek, leskoffer en kostuumjas. Ik bereide mijn powerpoints voor en een degelijke theoretische uitleg. Ze moesten van mij rechtstaan alvorens te mogen gaan zitten…
Dit liep echter faliekant af. Deze leerlingen van de B-stroom hadden geen respect voor mij, dachten dat ik van mezelf dacht dat ik het wel was en ik werd niet toegelaten in hun kring. Ik werd er beledigd, bespot en vernederd tot op het bot.
Ik keerde het roer om. Begon met gewichtheffen, kocht vreselijke T-shirts met doodskoppen, T-shirts van het boksmerk Everlast, een zwarte leren jas. Ik toonde hun dat ik een “echt persoon” was, iemand die hun waarden en normen begreep.
Ze zagen me niet langer als de leraar in het hemd, maar als iemand die misschien ook hun interesses deelde.
Het gaat niet om wat je draagt, maar om de betekenis die het heeft binnen de context van de groep waarin je je bevindt. Eerst komt de buitenkant, dan pas de binnenkant. Mirroring and matching.