Schrijven en schilderen zijn volgens mij onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik denk aan Hugo Claus die naast schrijver ook schilder was en Jan Wolkers die naast schrijver ook schilder was. Anderen zijn James Ensor, Leonardo Da Vinci, Bredero,…

De boeken die mij in mijn jeugd inspireerden waren talloos, maar graag wil ik hier enkelen opsommen, alsook de fragmenten die me inspireerden.

  • Palomar van Italo Calvino

Fragment: Om nu met menselijke wezens om te gaan, kan hij er niet onderuit zichzelf bij het spel te betrekken, maar hij weet niet meer waar hij zelf gebleven is. Bij ieder mens zou je moeten weten hoe je je ertegenover zou moeten opstellen, zeker moeten zijn van de reactie die de aanwezigheid van de ander in jou oproept. Aversie of aantrekkingskracht, ondergane of uitgeoefende invloed, nieuwsgierigheid, wantrouwen of onverschilligheid, dominantie of onderworpenheid, de rol van de leerling of de meester, schouwspel of acteur of toeschouwer en op grond hiervan en de tegenreacties van de ander de spelregels moeten vaststellen die toegepast moeten worden in de wedstrijd, de zetten en tegenzetten in het spel. Bij dit alles zou iemand nog voordat hij de anderen begint te observeren, goed moeten weten wie hij zelf is. Kennis van de naaste heeft de volgende speciale eigenschap. Zij loopt noodzakelijkerwijs  via zelfkennis en die heeft Palomar nu juist niet. Er is niet alleen kennis nodig, maar begrip, overeenstemming tussen eigen middelen, doelen en prikkels, hetgeen dat betekent dat je het vermogen moet bezitten om een bepaalde macht uit te oefenen op je eigen neigingen en handelingen, ze onder controle houdt en stuurt, maar ze niet forceert en niet verstikt. De mensen van wie hij de juistheid en natuurlijkheid van ieder woord en ieder gebaar bewondert leven in vrede met het heelal, maar eerder nog in vrede met zichzelf. Palomar houdt niet van zichzelf en heeft er daarom voor gezorgd zichzelf niet tegen het lijf te lopen. Daarom vluchtte hij liever tussen de melkwegstelsels. Nu begrijpt hij dat hij ermee had moeten beginnen innerlijke vrede te vinden. Het heelal kan rustig zijn gang gaan, hij zeker niet.

 

  • De man die boeken bewaarde van William Kotzwinkle

Fragment: Cavedagna zit al jaren achter de boeken, terwijl ze gemaakt worden, stukje voor stukje, hij ziet elke dag boeken geboren worden en sterven, en toch blijven de ware boeken voor hem andere boeken, die uit de tijd dat ze voor hem een soort boodschappers waren uit andere werelden. Zo ook met schrijvers, hij heeft elke dag met ze te maken, kent hun fixaties en besluiteloosheid, lichtgeraaktheid, hun egocentrisme, en toch blijven de ware schrijvers voor hem diegenen die voor hem alleen maar een naam waren op de kaft, een woord dat één was met de titel, schrijvers die dezelfde werkelijkheid hadden als hun personages en als de plaatsen die voorkwamen in de boeken, ze bestonden en tegelijkertijd bestonden ze niet, net als de personages die er woonden. De schrijver was een onzichtbaar punt waarvandaan boeken kwamen, een leegte waar schimmen doorheen bewogen, een onderaardse tunnel die andere werelden verbond met het kippenhok uit zijn jeugd.

  • De avonden van Gerard Reve    

Fragment: Als alle materie doorschijnend was, de grond waarop wij staan, het omhulsel van    onze lichamen, dan zou alles er niet uitzien als wuivende ontastbare sluier, maar als een hel waarin alles fijngemalen en opgeslokt wordt.

Het verleden is als een steeds langer wordende eenzame worm die ik opgerold in mijn binnenste draag en die geen ring verliest, hoe ik ook mijn best doe mijn darmen te legen in alle Engelse of Turkse wc’s of in gevangenisemmers, in ziekenhuispo’s of kampgreppels, of eenvoudigweg in de struiken, als ik dan maar wel eerst uitkijk als er geen slang tevoorschijn schiet, zoals die keer in Venezuela. Je kunt je verleden niet veranderen, zoals je je naam niet kunt veranderen, want hoeveel paspoorten ik ook heb gehad, met namen die ik me niet eens meer herinner, iedereen heeft me altijd Rudi de Zwitser genoemd, waar ik ook heen ging en hoe ik me ook voorstelde, er was altijd wel één die wist wie ik was en wat ik gedaan had, ook al is mijn uiterlijk in de loop der jaren erg veranderd, vooral sinds mijn schedel kaal is geworden en geel als een pompelmoes en dit is gebeurd tijdens die tyfusepidemie aan boord van de Stärna, toen we vanwege de lading die we bij ons hadden niet in de buurt van de wal konden komen en ook geen hulp konden vragen via de radio. Hoe dan ook, de conclusie waar alle geschiedenissen op uit komen is dat het leven dat iemand geleid heeft er werkelijk maar één is, uniform en compact als een vervilte deken waarvan je de draden waaruit het weefsel bestaan niet meer los kunt halen. En zo, als ik toevallig stilsta bij ongeacht welk detail en ongeacht welke dag, het bezoek van een Senegalees die me een nest jonge krokodillen in een zinken bakje wil verkopen, kan ik er zeker van zijn dat ook in deze zeer kleine onbetekenende episode alles wat ik beleefd heb besloten ligt, het hele verleden, de veelvuldige verledens die ik tevergeefs heb geprobeerd achter te laten, die levens die uiteindelijk samensmelten tot één globaal leven, mijn leven dat ook doorgaat op deze plaats waarvan ik besloten heb dat ik er niet meer vandaan moet gaan, dit huisje met deze binnentuin in een Parijse buitenwijk, waar ik mijn kweekbak met tropische vissen heb geïnstalleerd, een rustige handel die me verplicht tot een leven dat zo stabiel is als geen ander, omdat je vissen geen dag kunt verwaarlozen en met vrouwen heb je op mijn leeftijd het recht je geen nieuwe verwikkelingen meer op de hals te halen.